hokberlare.jpg (7898 bytes)


De mensen van de Broekkant

Onderdeel van een uitgebreide bijdrage over Het Broek van Berlare 
in het tijdschrift 23e jg. nr. 2, november 2005.

Langsheen het Broek wonen is toch altijd iets aparts geweest. De huisjes waren klein en hadden dikwijls te lijden van verzakkingen. De meeste van die oude huisjes zijn nu gerenoveerd, maar wie langs het Broek rijdt vindt in de Turfputstraat en het Schuitje nog opvallend veel lage huisjes die in de lengterichting langs het Broek gebouwd zijn. Dat zouden turfstekershuisjes geweest zijn. In ieder geval hadden ze geen of bijna geen achtertuin en konden dus niet dienen als boerderijtje. De stallingen waren klein en stonden in het verlengde van het woonhuis terwijl in onze streek de meeste hoeven in L-vorm gebouwd waren.

De heer Fernand Samson, een afstammeling van aangelanden van het Broek en zelf na enig omzwerven teruggekeerd naar het nu gemoderniseerde huisje van zijn jeugd, geeft volgende beschrijving van de vroegere leefomgeving: 
De Broekstraat was een smalle aarden baan met aan elke zijde een brede grasberm met bomen. Langs deze bomen liep een zeer smal paadje dat dienst deed als fietspad. Aan de kant van het Broek moest men wel opletten dat men niet de dieperik in bolde!

Lydia, Ivo en Charles Vergauwen in de boot op het water van het Broek

De bebouwing was zeer verspreid. De woningen langs de kant van het Kerkveld waren ruimer en beschikten over een grotere tuin. De kant van het Broek stak direct al twee meter lager. De meeste percelen lagen onder het straatniveau en waren dus ongeschikt om op te bouwen. De huisjes waren klein en laag en bestonden gewoonlijk uit een woonkamer en een slaapkamer met ernaast een stal met konijnenhokken en een plaatsje voor de geit. 
Woonkamer en stal waren direct vanaf de straat toegankelijk, zij het soms met een of twee trapjes naar beneden. De moestuin lag ook naast het huis, want erachter was nauwelijks plaats. Als het hard regende stroomde het water langs de voordeur naar binnen en liep langs de achterdeur het Broek in! In de staldeur die zich meestal aan de straatzijde bevond werd een dubbele beveiliging geplaatst tegen konijnendieven. Die waren altijd op pad rond kermis en Nieuwjaar. Een grendel aan de binnenkant plus een keten die doorheen de muur naar de keuken ging en met een wig of een stuk ijzer in een schakel gestoken vormden de beste beveiliging. 
De kinderen sliepen op de open zolder onder de pannen. De houten trap stond in de slaapkamer van de ouders. In de winter stak men stro in de kieren tussen de pannen om de wind wat tegen te houden. Oude kleren zoals legerjassen maar ook jutezakken konden dienst doen als extra deken. In de winter voelden de lakens altijd koud en klam aan. 
Als het hard vroor kon je de treinen in Schoonaarde horen voorbijrijden; het geluid werd door de oostenwind meegedragen. In de zomer daarentegen was het onder de pannen erg warm. In de woonkamer stond de Leuvense stoof en in de keuken erachter (als die er al was) stond er nog een. Buiten tegen de achtergevel stond de pomp op een arduinen gootsteen met daaronder soms een primitief kastje dat dienst deed als koele berging. 

Let op het typische huisje langs het Broek.

1e rij vlnr: Eugène De Vos, Justine Heirman, Adon Vergauwen
2e rij vlnr: Philemon en Stetanie De Vos, Lydia en Angèle De Beule, 
Louis en Alfred
Adam, André Adam, Kamiel De Beule

Wanneer het Broek onder water stond had elkeen een bootje om te profiteren van de visrijkdom van het gebied, maar ook om het land aan de andere kant van het water te bereiken. De meeste mensen knutselden fuiken om vis of kikkers te vangen. De fuiken waren gemaakt van fijne kippendraad. Met een paar lokkikkers erin werden ze met een grote zwaai aan een touw in het riet gegooid. Als ze na enkele dagen volzaten met kikkers trok men ze op het droge. De "puiten" werden levend in twee gesneden, de achterpootjes bleven aan elkaar en werden geknoopt. Zo werden de billetjes gebakken. Men breide ook zelf visnetten, meer bepaald kruisnetten. Om paling te steken werd de palingschaar gebruikt. De gevangen vissen, kikkers en palingen dienden voornamelijk voor eigen gebruik maar werden ook verkocht aan dorpelingen die niet aan het Broek woonden.

In de droge periodes zetten de bewoners stroppen om af en toe een konijntje of een haas te verschalken. Niemand kwam er openlijk voor uit, maar de haast iedereen deed het!

De onduidelijkheid omtrent de grenzen van elk eigendom gaf aanleiding tot steeds verder opschuiven van de tuinafsluitingen.Toen de grote eigenaars orde op zaken wilden stellen (Union Allumettière en Waters en Bossen/Bos&Groen) botsten ze op heel wat weerstand wanneer ze hun ontfutselde eigendom wilden recupereren van de bewoners die soms al generaties lang "hun" tuin bewerkten en hem nu gedeeltelijk, of zelfs grotendeels moesten afstaan aan de rechtmatige eigenaars.

Cyriel De Bruyne


Terug naar TIJDSCHRIFT