naar BEGINpagina


 

Levensverhaal van Clarisse Van Havermaet,
onze eeuwelinge 2000

Op 7 augustus 2000 werd Clarisse honderd jaar. Dat is voor ons een goede reden om  eens stil te staan bij de levensloop van deze uitzonderlijke vrouw.

Clarisse is voor velen onder ons een gekende figuur. Tot 1984 zagen wij haar nog regelmatig op de fiets. Zij is ook  de vrouw die graag op straat een gezellige babbel deed met buren en bekenden.

Op straat zien wij haar nu niet meer. Stappen en lang rechtstaan zijn moeilijk geworden. Binnenshuis echter is Clarisse nog steeds actief. Samen met haar zoon Achiel zorgt zij nog dagelijks voor de kookpot. Een  nieuw recept uitproberen is nog steeds aan de orde. Zij gebruikt verse producten en gelooft vast dat gezonde voeding mensen sterker maakt.

Sterk is Clarisse in ieder geval. Haar levensverhaal is daarvan het beste bewijs.

 


Clarisse Vanhavermaet

 

Clarisse werd geboren in de Turfputstraat . Het ouderlijk  huis, dat in de loop der jaren verbouwd werd, wordt nu bewoond door  Marcel en Maria De Block–De Meyer.

Haar ouders Maria Emma Van Wesemael (°9/7/1876) en Raymond Van Havermaet (°21/12/1868) waren boeren.

Clarisse was een gezond kind. Zij was zelden ziek. Toen zij twee jaar was, werd haar broer Emile (°8/7/1902) geboren, twee jaar later broer Gustaaf ( °27/7/1904) en vier jaar later zus Leonie (°7/2/1908).

Als oudste kind kreeg Clarisse al heel vroeg de zorg over de jongere kinderen.

De kleuterschool bezocht zij slechts af en toe en ook in de lagere school zat zij niet iedere dag op de bank. Het was trouwens ook een hele afstand die zij op haar houten klompjes moest afleggen om op school te geraken.

Zij ging nochtans graag naar school. Zij was leergierig en verwierf zonder veel moeite de basis van lezen, schrijven en rekenen. Tijdens de speeltijd liepen de kinderen veel rond, zij speelden verstoppertje, amuseerden zich met het springtouw, draaiden met de katrol.

De dagen waarop Clarisse de hele dag naar school ging, bleef zij ’s middags eten bij haar tante Roza in de Gaver (familie Verlaeckt).

Meestal kwam zij echter pas in de namiddag naar school. In de voormiddag had zij dan al het huishoudelijk werk en de kookpot gedaan. Zij herinnert zich dat zij toen als klein meisje reeds volledige maaltijden bereidde. Aardappelen met ajuinsaus en goed gebakken spek stonden regelmatig op het menu. Als groenten werden er hoofdzakelijk wortelen en spruiten klaargemaakt. Gestoofde appelen en peren kwamen ook regelmatig op tafel.

De liefde voor het koken heeft Clarisse vermoedelijk in deze prille kinderjaren opgedaan.

Toen zij 13 jaar was stopte haar schooltijd definitief.

Het gezin had ondertussen al veel miserie gekend. Op 29/4/1909 was vader Raymond aan pleuritis overleden.

Een jaar later op 3/3/1910 hertrouwde haar moeder met de 37-jarige Gustaaf Roggeman. Clarisse kreeg uit dit huwelijk nog twee halfzussen en twee halfbroers. Zij was 10 jaar toen haar halfzus Maria (°8/12/1910)) geboren werd. Drie jaar later werd Richard (16/6/1913) geboren en twee jaar later Zoé (°27/2/1915). Toen Clarisse twintig jaar was, werd haar jongste halfbroer Cyriel (°13/12/1920) geboren.

De ervaringen die haar uit deze periode het meest zijn bijgebleven, hebben ongetwijfeld te maken met de oorlog.

In de buurt van haar ouders logeerden Duitse soldaten. Zij was bang voor die mannen in uniform. Toen er op een dag drie Duitsers op de binnenkoer kwamen, durfde zij het samen met haar broertjes en zussen toch aan om  “deugnieten” te zeggen. Dat bekwam hen slecht. Vooral Clarisse was doodsbang, toen deze mannen ermee dreigden hen te zullen meenemen. Haar moeder en broer Emile waren trouwens ook al eens meegenomen. ’s Avonds kwamen beiden gelukkig ongedeerd terug thuis.

Doordat zij boeren waren en zelf gewassen en vlees hadden, leed het gezin tijdens de oorlogsjaren geen honger. De schrik voor de Duitsers zat er echter voortdurend in. Het boerenleven was moeilijker geworden. Veel activiteiten, zoals het laten malen van de tarwe, moesten nu in het geheim gebeuren. Clarisse herinnert zich dat zij met een zak tarwe te voet naar de maalderij in Overmere gingen.

In deze periode werd stiefvader Gustaaf opgeroepen. Tot 1918 zat hij in Frankrijk.

Clarisse was ondertussen een jonge vrouw geworden. Zij was verliefd geworden op Maurice Van Waerebeeck (°4/8/1892), een boerenzoon die eveneens op het Sluis woonde. Zijn ouderlijk huis werd later bewoond door de gebroeders De Bock en is thans eigendom van oogarts dr. Melkebeek.

In 1924 traden zij in het huwelijk. Dat jaar was bovendien door droefheid getekend, want haar 22-jarige broer Emile verdronk.

Het jonge paar nam zijn intrek in de achterbouw van een huisje in de Hoogstraat. Het bejaarde koppel dat er toen woonde, was familie van Maurice en het verblijf was er zeer voordelig. Maurice bleef thuis verder wat helpen boeren, maar ging ook buitenshuis werken. Hij verrichtte zware arbeid  in een bedrijf in Hofstade, waar hij betonnen platen hielp maken.

In 1926 hadden zij al wat centen bijeen en kochten het huis waar Clarisse thans nog woont. Het boerderijtje dat Maurice dan ondertussen zelf had, bestond uit een koe, drie varkens en wat kippen. De koe werd gehouden voor de melk en de kaas, en de varkens voor het vlees. Dat werd dan met andere gezinnen gedeeld.

Het was een geluk voor hen dat Maurice dit boerderijtje had, want reeds omstreeks 1930 moest hij het werk in de fabriek opgeven.

Hij kreeg een ernstig arbeidsongeval waar hij een knieletsel aan over hield. Vermits er op dat ogenblik van sociale zekerheid nauwelijks sprake was, betekende dit voor het jonge gezin dat het inkomen grotendeels wegviel. Clarisse herinnert zich dat zij toen ongeveer 300fr in de maand inkomen hadden als vergoeding voor het ongeval. Maurice bleef  verder boeren. Dat was een absolute noodzaak in deze omstandigheden.

Zoals in de meeste jonge gezinnen werd ook bij hen aan gezinsuitbreiding gedacht. Het liep bij Clarisse echter niet van een leien dakje om een kroostrijk gezin te krijgen. Tijdens haar zwangerschappen kreeg zij bij drie van haar vijf kinderen zware medische problemen. Die kindjes stierven onmiddellijk na de geboorte. Achiel (°20/5/1925) en Lea (°27/2/1927), haar eerstgeborenen, kwamen gelukkig als gezonde kinderen ter wereld en vervulden  dan toch de kinderwens van het jonge koppel. Het was vroedvrouw Maria Van de Wiele die Clarisse hielp bij haar bevallingen.

Naar aanleiding van de zwangerschapscomplicaties was Clarisse echter ook in contact gekomen met de toen zeer gerenommeerde professor Daels, gynaecoloog in Gent. Zij was zeer geboeid door wat deze man wist en door de manier waarop hij vrouwen hielp. Clarisse wou de zwangere en barende vrouwen ook wel helpen en dat moet dr. Daels gemerkt hebben, toen hij haar tijdens zijn consultaties beter leerde kennen.

Hij werd bereid gevonden haar gedurende 3 weken opleiding te geven in het Bijloke-ziekenhuis in Gent, waar hij werkte.

Clarisse begon niet zomaar aan die opleiding. Het was op aanraden van dr. Lemmens, haar huisdokter en van verpleegster-vroedvouw Maria Van de Wiele dat zij die opleiding ging volgen. In Berlare was in die tijd nood aan een vroedvrouw. Maria Van de Wiele was tot op dat ogenblik de enige vroedvrouw die hier actief was. Het was deze vrouw die af en toe aan Clarisse vroeg om haar te helpen, als zij het te druk had. Op die manier was zij ook vertrouwd geraakt met die wereld. Clarisse zag - zoals het in die tijd gebruikelijk was - de taak van vroedvrouw ruim. Na de bevalling verzorgde zij niet alleen moeder en kind, maar deed de vroedvrouw ook nog gedurende negen dagen het huishoudelijk werk. Meestal was de vroedvrouw de enige hulpverlener.In tegenstelling tot vandaag kwam aan de bevalling meestal geen dokter te pas.

Haar loopbaan als vroedvrouw begon toen zij 30 jaar was. Haar eerste bevalling deed zij in een gezin op het Sluis. Zij hielp er Fons Bosman ter wereld komen. De laatste bevalling dateert van 1973. Haar werkterrein beperkte zich niet tot Berlare. Zij werkte ook in Wichelen, Zele en op de Donk. Door weer en wind, vaak tijdens de nacht, reed zij met haar fiets naar de betrokken gezinnen. De enige uitrusting die Clarisse meenam naar de gezinnen, was een tas met een witte schort en een paar pantoffels. Het gebeurde wel eens dat er twee moeders tegelijk moesten  bevallen. Dan reed zij van de ene naar de andere post. Aan het einde van haar loopbaan gebeurde het wel eens dat zij haar schoondochter Godelieve meenam om haar te helpen.

Clarisse voelt zich gelukkig om die mooie periode in haar leven. Als zij gevraagd wordt naar haar mooiste levenservaring, antwoordt zij zonder veel aarzelen dat dit ongetwijfeld het aanschouwen van nieuw leven is.

Na deze actieve periode buitenshuis ging Clarisse zich weer meer op het eigen huishouden toeleggen. Haar creatieve geest verloor met de jaren niets van zijn krachten. Vooral op het gebied van koken bleef zij tot op vandaag steeds zeer leergierig en probeert zij nog nieuwe gerechten uit. Inwonende zoon Achiel kweekt in de tuin allerlei groenten en die worden allemaal tot lekkere gerechten verwerkt. Clarisse vertelt met enthousiasme over de ingrediënten van haar soepen.  Zo verraste zij Achiel vorig jaar nog met een nieuwe bereiding van asperges. Zij had een kookprogramma op TV gezien en vond het recept het proberen waard!

Haar belangstelling voor alles wat in de wereld en vooral in haar onmiddellijke omgeving gebeurt, bleef steeds zeer levendig.

Op haar 85ste vloog zij de eerste keer. De bestemming was Lourdes! Alsof het pas van gisteren geleden is, vertelt zij over de processie die op haar een zeer diepe indruk maakte. Ook over de vlucht zelf waarvoor zij op voorhand zo bang was, is zij nog steeds enthousiast!

Uit eigen beweging zou Clarisse die reis nooit gemaakt hebben, maar schoondochter Godelieve had een belofte gedaan en uiteindelijk vertrok Clarisse, vergezeld van haar kleindochter Marie-Claire, die ook haar  schoonmoeder meenam.

Clarisse bleef in al die jaren niet gespaard van verlies.

In 1979 overleed haar man. In 1992 haar inwonende schoondochter Godelieve.

Van haar broers en zussen is enkel Cyriel Roggeman nog in leven. Samen met zijn echtgenote Flora Wesemael woont hij in de Turfpustraat.

Broer Gustaaf Van Havermaet die gehuwd was met Victorine Van Overstraeten woonde tot 1984 in Wichelen, waar hij toen overleed. Zus Leonie Van Havermaet ging eveneens in Wichelen wonen na haar huwelijk met Emiel Schuddinck. Zij overleed in 1972.

Halfzus Maria Roggeman huwde met Benoit Verhofstadt. Zij woonde in Schoonaarde en overleed er in 1974.  Richard Roggeman bleef met zijn echtgenote Adeline Hertecant in Berlare wonen. Hij overleed in 1991. Zoë Roggeman huwde met Richard Dooms. Zij bleef in Berlare wonen en overleed in 1999.

Clarisse is erg begaan met haar familie. Zij krijgt ook zeer veel bezoek van hen.

Met fierheid vertelt zij over haar kleindochters Martine ( gehuwd met Marc Dhont) en Marie-Claire (gehuwd met Raf De Plecker), de kinderen van haar dochter Lea en echtgenoot Pol Sacré. Doordat deze kleindochters elk twee dochters hebben, is zij ook vier keer de stammoeder van een viergeslacht. De evolutie van de achterkleinkinderen Julie, Chloë, Sofie en Laure wordt op de voet gevolgd.

Clarisse maakt veel bedenkingen en vergelijkingen, als zij haar achterkleinkinderen bezig  ziet. Er is een immens verschil met haar kindertijd…

Het is haar wens dat deze kinderen, de volwassenen van morgen, even sterk mogen worden als zijzelf!

Noëlla De Backer

 


Terug naar TIJDSCHRIFT