naar BEGINpagina


Irma Jacobs vertelt over de vlucht in 1914

Ze was toen 13 en op het moment van het interview 95 jaar. 

Ze begonnen 's avonds te schieten aan de brug : het was blijkbaar een zondagavond, want in de namiddag waren er "bolders " op het hof van ons stamineetje geweest. (Het huisje stond op cijnsgrond begin wijk Kruyenberg - nu Hoogstraat - en werd door de familie Jacobs aangekocht).

Het was wanneer de "kalanten" naar huis waren dat de beschietingen begonnen. Bij ons thuis logeerde al een paar dagen een oud vrouwtje uit Lede (toen al bezet door de Duitsers) en omdat alle bewoners in paniek sloegen, heeft mijn moeder haar vijf kinderen, twee jongens en drie meisjes, haar oude blinde moeder en de vrouw uit Lede meegenomen op de vlucht. Mijn vader, beducht voor plunderingen bleef thuis.

We zijn te voet naar Overmere gegaan, naar de molen van Lateir. Het was een kozijn van mijn moeder die daar woonde. Van zondagavond tot vrijdag zijn we daar gebleven, tot de Duitsers de molen begonnen te beschieten. Mijn vader bracht ons iedere dag wat eten en kleren, want we hadden weinig mee gegraaid bij het vluchten.

Lees verder in ons tijdschrift... (jaargang 22 , november 2004, p. 63 e.v.)

De familie Leo Jacobs - Maria Vanderspurt

Van links naar rechts

Vooraan:
Irma, oma Ida Eeckhout, Mathilde, Maria Vanderspurt, Emma.

Achteraan:
vader Leo jacobs met zoontje Cyriel op de arm

 

Verhaal van Irma Jacobs opgetekend in 1997, op video door M. Van Gijsegem.


Terug naar OVERZICHT