naar BEGINpagina


Berlaarse soldaten in het leger van Napoleon I

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een aanhouding

In 1798 (jaar VII) organiseert de Franse Overheid na allerhande confiscaties de oprichting van een nationale militie. Dit was voor Europa een unieke gebeurtenis. Nooit eerder was een nationale militie georganiseerd. Ten behoeve van de Franse natie werd dus de dienstplicht ingesteld. Deze maatregel lokte de Boerenkrijg uit, die nog datzelfde jaar werd onderdrukt.

De conscriptie van de jaren VI en VIII werd een complete mislukking. De jongemannen werden wel opgeroepen, maar daagden vaak niet eens op. De jaren IX en X werden samen opgeroepen, terwijl het regime verstrakte. Vanaf 1805 werden de dienstplichtigen door heel Europa gestuurd: Italië, Nederland, Spanje, Rusland ….

De militaire verplichtingen vingen aan op 1 vendémaire (22 sept) volgend op hun 20ste verjaardag en eindigden op 1 vendémaire na hun 25ste verjaardag.

De dienstplichtigen werden opgeroepen en moesten zich melden bij de "maire". Velen stuurden hun kat en werden als weerspannig (réfractaire) aangezien. Zij kwamen als eersten op de lijst van op te roepen soldaten. Meestal doken ze dan ook onder. In 1805, na de slag bij Austerlitz, werd een amnestie uitgevaardigd voor wie zich vrijwillig aanmeldde.

 

de conscriptie

De soldaten dienden meestal als fuselier of grenadier. De gemiddelde Vlaamse dienstplichtige had nog niet veel van de wereld gezien; zijn wereldje beperkte zich meestal tot zijn dorp en de omliggende dorpen. Nu kwam hij terecht in Rome, Berlijn, enz.. en dat meestal onder dwang. De enige vorm van contact met het thuisfront was de post. Uit de bewaard gebleven brieven blijkt het heimwee, de geldnood.

een "hoog" lot

een lotingstrommel

Een aantal van die brieven zijn gebundeld en zijn te raadplegen via het internet.
Uit de brieven valt een en ander te leren:

a. meestal ging het om 20-jarigen, vaak thuiswonend. De brieven waren meestal gericht aan ouders of familieleden.

b. De taal was Nederlands of een plaatselijk dialect. Franstalige brieven vindt men meestal bij de officieren.

c. Er was steeds een grote geldnood bij de conscrits: te lage soldij, maanden achterstal, uitrusting moest zelf betaald worden, ontoereikende en slechte rantsoenen. 

d. Overlijdens werden gemeld via een "extrait mortuaire". De meeste werden vanuit het hospitaal geschreven. Een overlijden was meestal sneller bekend via een soldatenbrief.

e. Sanitair en hygiëne (ook in ziekenhuizen) waren lamentabel. De sterfte in ziekenhuizen was schrikwekkend hoog doordat ze slecht waren uitgerust.. Belastende factoren waren ondervoeding, slechte huisvesting, het klimaat, geforceerde marsen, ziekte en uitputting.

Hier volgt een lijst van de jongelingen van wie wij met zekerheid weten dat zij overleden in dienst van het vreemde Franse Leger... (lees verder in ons tijdschrift.)

Paul De Pauw


Terug naar OVERZICHT