hokberlare.jpg (7898 bytes)


De familie Peleman,

een Berlaars missionarissengeslacht.

Via de televisie vernamen we op zondagavond 14 februari 1999 dat Dom Albert (Alfons) Peleman diezelfde dag bij een roofoverval in het blindeninstituut van de missie van SiloŽ (Zuid-Afrika) om het leven was gekomen. Dom Albert Peleman was van Berlare afkomstig. Zijn zus Martha Peleman woont er, samen met haar echtgenoot Lucien Poppe, in de Pastoor Christiaensstraat nr. 24. Van haar vernamen we dat Albert niet de enige missionaris in de familie was. Ook de twee grootooms van haar, geboren in Schoonaarde, deden tijdens de 19e eeuw al aan missionering in Afrika, met name Broeder Amand Peleman en Broeder Benoit-Jozef Peleman.

In de 20e eeuw zou het haar oom Dom Maurus Benedictus (į13.1.1896 - +12.10.1972) zijn die het missiewerk verderzette. Hij werd geboren te Berlare als zoon van Jozef Peleman (Hogeweg) en Cesarina Roosens. In Transvaal (Zuid-Afrika) zou hij vijf jaar lang de basis gaan leggen van het missiewerk in SiloŽ waarop zijn neef Dom Albert kon voortbouwen.

peleman.jpg (11727 bytes)Dom Albert Peleman (į11.9.1924, Berlare - +14.2.1999, SiloŽ Zuid-Afrilka) was de oudste in een gezin van negen kinderen. Hij trad op 31 augustus 1945 in bij de benedictijnen in de abdij van Dendermonde en werd er geprofest op 12 september 1946 en op 25 juli 1951 tot priester gewijd. Na studies in Leuven en Rome werd Dom Albert leraar wetenschappen aan de Abdijschool in Dendermonde. Hij was er rector van 1959 tot 1981. Intussen was hij ook nog tweemaal novicemeester.

Toen hij met pensioen ging, zag hij de kans om eindelijk zijn jeugddroom te realiseren. Op 6 maart 1984 vertrok hij als missionaris naar Noord-Transvaal (Zuid-Afrika), waar hij zich met al zijn vitaliteit en vele gaven totaal inzette voor de uitbouw van de blindenschool te SiloŽ, waar hij een thuis kreeg bij de Zusters van Heule. In SiloŽ leven een 250-tal blinden en een 100-tal slechtzienden. Pater Albert had er de leiding over de instelling en de boerderij. Tot hij daar het slachtoffer werd van agressieve rovers. Tijdens zijn laatste vakantie in 1997 was het duidelijk dat de criminaliteit een groeiend probleem werd van de jonge democratie Zuid-Afrika. Dom Albert besefte heel goed dat hij gevaar liep en toch is hij opnieuw vertrokken. Zuid-Afrika staat bekend als ťťn van de gewelddadigste landen ter wereld. Op het gebied van diefstal, huisinbraken, gewapende auto-overvallen en verkrachting behoort het land tot de wereldmisdaadtop (Landheer, E., Blindenwerk was levensdoel, in Het Nieuwsblad - De Gentenaar, 16.2.1999)

Het was vroeg in de ochtend van 14 februari 1999 dat twee mannen naar de missiepost kwamen. Het tweetal zegde tegen de veiligheidsmensen aan de residentie van de pater dat ze hem nodig hadden om bouwmaterialen te helpen vervoeren. Ze trokken dadelijk naar de kamer van Pater Peleman, die zich aan het klaarmaken was om de mis te gaan dienen op het platteland. Naar verluidt eisten ze geld. Zuster Frieda Platleu (52) hoorde de pater om hulp schreeuwen, gevolgd door twee schoten, en snelde hem te hulp. Ze trof er de twee verdachten, allebei vooraan in de twintig, in zijn woning aan. Die eisten van haar ook geld. Ze bleef volhouden dat al het geld op de bank stond en ze moest daarop heel wat klappen van de kolf van een wapen incasseren. Toen namen ze de autosleutels van Pater Peleman mee en op hun weg naar buiten schoten ze nog op zijn hond. Het gewonde dier liep nog naar de buren voor hulp, maar intussen was zijn baas al gestorven.

Elf jaar geleden was hij al eens overvallen door met messen gewapende mannen, maar hij had toen als sterke boerenzoon zijn belagers op de vlucht kunnen jagen.

Over de dagen na de aanslag, de zoektocht naar de daders, de begrafenis en de missionarissen Broeder Amand Peleman en Broeder Benoit-Jozef Peleman lees je meer in decembernummer 1999 van ons tijdschrift.

 

Terug naar TIJDSCHRIFT